Van griep naar kanker
Marleen begint te vertellen: “Vorig jaar oktober werd ik gebeld door het kinderdagverblijf. Senn was niet lekker en moest worden opgehaald. Hij had buikpijn en koorts. De volgende dag zei hij zelf dat hij weer beter was, maar hij bleef het hele weekend kwakkelen en zijn buik voelde hard aan. Op maandag ben ik naar de huisarts gegaan en die nam het heel serieus. Hij stuurde ons door naar de spoedafdeling van het ziekenhuis, waar een echo werd gemaakt van zijn buik. Ze zagen meteen de tumor bij zijn nier zitten. Op dinsdag, slechts 6 dagen nadat ik Senn van het kinderdagverblijf met een griepje had opgehaald, zaten we in het Prinses Máxima Centrum. Het was een nachtmerrie”.
Verkeerde diagnose
Nick: “In eerste instantie werd gedacht dat Senn een Wilms-tumor had; een niertumor die relatief goed te behandelen is. Er werd meteen gestart met een behandeltraject, waarbij hij 2 chemobehandelingen kreeg. Alleen werd hij hier heel erg ziek van. Zo ziek zelfs, dat hij met spoed moest worden opgenomen in het PMC. Hier bleek dat, ondanks de zware chemobehandelingen, de tumor juist was gegroeid. Toen kwam het vermoeden dat Senn de verkeerde diagnose had gekregen. Senn had geen Wilms-tumor, maar Neuroblastoom. Om dit zeker te weten, moest er een biopt worden afgenomen. Maar Senn was zó ziek. We moesten toen wachten tot het beste team van artsen klaarstond en de arts heeft vervolgens zelf het biopt naar het laboratorium gebracht. Hij wilde gewoon zeker weten dat er niets verkeerd zou gaan. De volgende dag kregen we al de uitslag. Senn heeft inderdaad Neuroblastoom.” Marleen vervolgt: “Toen we de diagnose Neuroblastoom kregen, werd ik helemaal gek. De overlevingskansen zijn veel slechter, dan bij een Wilms-tumor. Ook is de behandeling bij een Wilms-tumor echt ‘peanuts’ vergeleken bij het behandeltraject dat we nu volgen”.