Ambassadeur Jolein en haar passie voor fietsen

Ambassadeurschap

Mijn hoogtepunt was toen ik voor het eerst Nederlands Kampioen werd!

 

Zodra Jolein (15) op haar fiets stapt, is ze helemaal in haar element. Het kan voor haar niet snel genoeg gaan! Crossfietsen, veldrijden en wielrennen; ze doet het allemaal. En dat terwijl ze, door de ziekte van Albright, geen diepte ziet. Jolein ziet dit niet als een beperking. Eerder als een extra uitdaging! En met succes, want deze dame sleept de ene na de andere titel in haar zak en gaat recht op haar doel af: goud halen tijdens de wereldspelen van de Special Olympics!

De zwarte Cross

Mijn passie voor crossen begon allemaal tijdens mijn bezoek aan de Zwarte Cross in 2014. De sfeer, het pak, de helm en vooral: die snelheid! Het liefst was ik toen meteen op een crossmotor gestapt, maar dat kon natuurlijk niet. Toch bleef mijn liefde voor snelheid en in 2015 was het eindelijk zover: ik kreeg mijn eerste eigen crossfiets! Sindsdien is mijn passie alleen maar groter geworden en doe ik inmiddels aan crossfietsen, veldrijden én aan wielrennen! Deze drie fietssporten verschillen heel erg van elkaar, maar ik vind het eigenlijk alle drie even leuk om te doen.

 

Crossfietsen

Crossfietsen wordt ook wel BMX-en genoemd en doe je op een speciale BMX-baan. Het is de bedoeling dat je zo snel mogelijk de baan aflegt. Gemiddeld doe ik ongeveer 40 tot 55 seconden over een baan, maar dat is natuurlijk afhankelijk van de lengte van de baan en de ‘bulten’ die in de baan zitten. Om een voorbeeld te noemen: de startheuvel van onze eigen BMX-baan is 4,5 meter hoog. Die van de BMX-baan in Kampen is wel 9 meter! Wat misschien wel het allergrootste verschil is met de andere fietssporten, is dat je bij crossfietsen eigenlijk nooit op je zadel zit. Doe je dit wel, dan lig je zo naast je fiets. Samen met mijn vader heb ik inmiddels drie vuistregels bedacht voor het BMX-en: blijven trappen, blijven staan en blijven kijken. Je kijkt waar je naartoe rijdt, je blijft altijd staan en door het trappen blijf je in balans.

Wielrennen

Wielrennen doe je op een gewone weg en daarbij zit je dus wél gewoon op je kont. Samen met Melanie Helweg, paralympisch talent met de ligfiets, ga ik graag wielrennen in de Gemeente Oldambt. Daar is een ontwikkelingsgebied genaamd ‘De Blauwestad’, waar een groot meer ontgraven is en een dorp op en omheen gebouwd is. Langs dat meer is een dijk met precies een mooie fietsroute van 10 km. Omdat het hier altijd lekker waait, is dat voor ons een hele goede oefening.

 

Veldrijden

Bij veldrijden ga je door het bos, door de heuvels, over zand, modder, strand, boerenpaden enzovoort. Je kan het eigenlijk zo gek niet bedenken! De fiets die je hiervoor gebruikt, lijkt op een wielrenfiets, alleen heeft hij bredere banden, zodat je meer grip hebt. En de versnellingen zijn ook iets lichter. Of je bij veldrijden wel of niet op je kont zit? Dat verschilt! Om goed je balans te houden, ga je staan zodra je naar beneden rijdt.

Geen diepte

Ik heb het syndroom van Albright, waardoor mijn lichaam niet vanzelf groeit. Hier heb ik heel lang groeihormonen voor gehad. Anders was ik nu niet groter geweest dan 1.20 meter! Daarnaast heb ik bijvoorbeeld geen vingerkootjes en groeit mijn lichaam niet in verhouding. Ik moet veel van mijn (wedstrijd)kleding eerst naar een naaiatelier brengen, voor ik het kan dragen! Wat misschien de grootste uitdaging is op het gebied van fietsen, is dat ik geen diepte zie. Maar eerlijk gezegd weet ik niet beter. Ik probeer van te voren de baan goed te bekijken, zodat ik weet wat eraan zit te komen. Bij crossfietsen zit het ritmegevoel zelfs gewoon in mijn hoofd. Als ik de baan een paar keer gereden heb, weet ik precies hoe deze in elkaar zit.

 

Doorzetten

Sporten is voor mij echt een manier om met mijn bijzonderheden om te gaan. Of eigenlijk juist een manier om de wereld te laten zien dat mijn ziekte géén beperking hoeft te zijn. Ik heb al heel veel bereikt met fietsen en dat is mij gelukt door gewoon door te zetten. Dat ik altijd doorzet, komt ook omdat ik een hele hoge pijngrens heb. Zo was ik bijvoorbeeld bij de Nederlandse Kampioenschappen gevallen, omdat ik het hoogteverschil niet goed ingeschat had. De ambulance kwam erbij, maar ik besloot toch door te gaan. Ik heb de wedstrijd helemaal uit gefietst én werd ook nog eens kampioen. Later bleek ik mijn sleutelbeen met die val gebroken te hebben.

Hoogtepunt

Ik heb inmiddels al diverse prijzen gewonnen met fietsen. Maar mijn grootste hoogtepunt was toch wel dat ik Nederlands Kampioen werd met wielrennen (tijdrijden). Het was één van mijn eerste wielrenwedstrijden en dat ik meteen zo’n trui binnenhaalde, was gewoon echt heel mooi. Een trui is in de wielersport een kledingstuk dat wordt uitgereikt aan de leider in een bepaald klassement. Als prijs kreeg ik een tenue in de kleuren van de Nederlandse vlag. Deze draag ik nu natuurlijk vol trots!

 

Dromen

Ik heb meerdere dromen voor de toekomst, maar eigenlijk hebben ze allemaal te maken met fietsen! Het allerliefst zou ik natuurlijk een keer goud mee terug willen nemen naar Nederland tijdens de Wereldspelen van de Special Olympics. Maar een andere droom van mij is om een keer een clean sweap te halen met de Nederlandse Kampioenschappen. Dat houdt in dat je in één jaar voor alle drie de disciplines – tijdrijden, koersen op de weg en veldrijden – Nederlands Kampioen wordt. En mijn derde droom is om later sportjuf te worden, zodat ik mijn passie kan overbrengen op andere kinderen.

Menu