“Toen ik zwanger was van onze oudste dochter Robin, ben ik met 37 weken ingeleid omdat ik zwangerschapsvergiftiging had. Vijf jaar later was ik zwanger van onze zoon Job. Ook hij moest met 37 weken worden gehaald, want weer had ik zwangerschapsvergiftiging. Het was een pittige start voor Job, maar na drie dagen mochten we gelukkig naar huis. Er leek niets aan de hand. Tot hij na vier weken midden in de nacht begon te huilen en niet meer ophield. Daarna kreeg hij stuipen. We zijn naar de huisarts gegaan, die ons weer naar huis stuurde. Maar mijn moedergevoel wist: ‘dit is helemaal verkeerd’. We zijn naar het ziekenhuis gereden waar Job helemaal onderzocht werd. Toen kregen we verschrikkelijk nieuws te horen, Job was hersendood. Hoe dat precies gebeurd is, weten we tot op de dag van vandaag niet. Waarschijnlijk wiegendood, waardoor Job een tijd ademnood heeft gehad. Dit heeft direct heel veel schade veroorzaakt. Het troost mij dat hij nog zó klein was dat hij het niet beseft heeft. Ook denk ik dat hij niet heeft geleden.”
“Robin was ruim vijf jaar oud toen Job geboren werd. Zij was zó trots en blij met haar kleine broertje. Ik vond het bijna nog erger voor haar dan dat ik het voor mezelf vond dat Job was overleden. Het was enorm heftig voor haar om mee te maken. Nu hebben we de dood van Job wel verwerkt. Het is goed. Job is altijd bij ons. Als mensen aan mij vragen hoeveel kinderen ik heb, zeg ik ook altijd drie, maar één is er niet meer. Dat zeg ik niet omdat ik medelijden wil, maar ik wil gewoon niet dat Job vergeten wordt. Hij hoort er gewoon echt bij. Zo vieren we ook nog ieder jaar zijn verjaardag, dan eten we taart en gaan we bijvoorbeeld naar het strand. Ik heb geleerd dat je heel veel aan kunt in het leven en heel gelukkig met elkaar kunt zijn. Zelfs als je iets super heftigs hebt meegemaakt.”